Hoeveel tijd spendeer jij per week aan vergaderen? Ik gok dat dat best veel is. En gebeurt het weleens dat in zo’n vergadering een discussie van minstens een kwartier maar doorgaat? Over iets dat klein en onbenullig lijkt, maar waar je toch uit moet komen voordat je verder kunt? De discussie lijkt in cirkels door […]
Hoeveel tijd spendeer jij per week aan vergaderen? Ik gok dat dat best veel is. En gebeurt het weleens dat in zo’n vergadering een discussie van minstens een kwartier maar doorgaat?
Over iets dat klein en onbenullig lijkt, maar waar je toch uit moet komen voordat je verder kunt?
De discussie lijkt in cirkels door te zeuren.
Je krijgt er maar geen grip op. Een gevoel van verwarring onmacht kan de kop opsteken. Wat bedoelt hij en waarom neemt ‘ie niet gewoon aan wat ik zeg?
Dikke kans dat er een ‘olifant’* in het spel is. Je gebruikt hetzelfde woord, met een nét andere betekenis. Maar omdat je hetzelfde woord gebruikt met een andere invulling, valt die ‘olifant’ gek genoeg niet op.
Dus wat doe je? Je gaat die ander overtuigen dat jouw beeld toch echt juist is.
En, heel toevallig, doet die ander dat ook bij jou. En zo ontstaat een cirkeldiscussie waar je maar met moeite uitkomt.
Meestal is het een derde (en soms een vierde of een vijfde) persoon die jullie twee hieruit weet te halen. Door de verschillende beelden even naast elkaar te legggen.
Dat kan ook anders:
Zorg dat je van elkaar weet welke beelden jullie hebben bij belangrijke begrippen.
Dat je weet waar verschillen en overeenkomsten zitten.
Scheelt een hoop tijd en gedoe.
*Wij noemen dit een ‘olifant’ naar aanleiding van een korte oefening waar we vaak mee starten om dit principe te ervaren. We ontdekken dan hoe verschillend ieders beeld is als we alleen het woord ‘olifant’ gebruiken.